Begin 2020: Joost ziet een man op tv verschijnen. De baas van het RIVM. De haren rijzen hem te berge.
Hij is een jaar of veertig. De leeftijd om zich veel vergeten zaken te herinneren. De hele affaire gaat hiermee
van start. Hij herinnert zich hele nare visioenen uit zijn vroege jeugd. Misbruik, MK-ultra, getuige zijn van
kindermoord en meer van dat soort unheimische dingen.
Zelden heb ik een ‘slachtoffer’ van extreem seksueel misbruik en van marteling zo strijdbaar gezien.
Ik zie Joost als een held, die niet alleen voor zichzelf strijdt, maar ook nog eens affiniteit met anderen heeft.
Hij is slim en houdt geen blad voor de mond. Kortom: hij deugt. Als schrijver van zijn boek wil ik hem
ondersteunen en ik hoop dat velen daartoe ook bereid zijn.
Deze tekst staat op de achterkant van het boek van Joost.